Het recht op non-discriminatie in vrije tijd
Het recht op non-discriminatie in vrije tijd
Inclusie - Racisme en discriminatie
Het recht op non-discriminatie in vrije tijd: wat betekent het en hoe maak je het waar?
Wat houdt het recht op non-discriminatie in?
Het Kinderrechtenverdrag stelt in artikel 2 dat álle kinderen en jongeren recht hebben op hun rechten zonder discriminatie van welke aard dan ook: ongeacht ras, geslacht, taal, godsdienst, vermogen, handicap, seksuele oriëntatie of andere kenmerken. Dit principe geldt in alle domeinen van het leven — dus ook in vrije tijd en jeugdwerk. Discriminatie gaat over ongelijke behandeling zonder objectieve, redelijke rechtvaardiging of legitiem doel. Dat betekent dat ongelijke situaties soms anders moeten worden behandeld om gelijkheid in de praktijk te realiseren. Meer informatie vind je op keki.be. https://keki.be/nl/kennis/het-recht-op-non-discriminatie-wat-betekent-het-in-het-kinderrechtenverdrag
Vrije tijd als kinderrecht
Vrije tijd - inclusief spel, sport, ontspanning en deelname aan cultuur - is een erkend kinderrecht (artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag). Het omvat: • recht op rust en vrije tijd, • toegankelijkheid tot spel en recreatie passend bij leeftijd, • deelname aan culturele en artistieke activiteiten, • gelijke kansen voor iedereen om deel te nemen. Vrije tijd draagt wezenlijk bij aan ontwikkeling, welzijn, sociale participatie en identiteitvorming van kinderen en jongeren. Meer informatie vind je op keki.be. https://keki.be/nl/kennis/het-recht-op-vrije-tijd-wat-betekent-het-in-het-kinderrechtenverdrag
Non-discriminatie in de context van vrije tijd: waarom het relevant is
In de praktijk zien we regelmatig drempels die het recht op vrije tijd voor bepaalde groepen beperken: • kinderen uit gezinnen met beperkte financiële middelen die niet mee kunnen doen aan betaalde activiteiten, • jongeren met een beperking die niet terechtkunnen op bepaalde sport- of speelplekken, • kinderen uit migrantengezinnen die (onbedoeld) worden uitgesloten van jeugdwerkactiviteiten. Ook onuitgesproken verwachtingen, taalbarrières, sociale normen of gebrek aan informatie kunnen discriminatoire effecten hebben in vrijetijdsactiviteiten.
Concrete voorbeelden in de vrije tijd
Sportclubs en inclusie
Een sportclub zegt dat “alle ploegen vol zijn”, maar vervolledigt het inschrijvingsaanbod enkel via sociale media-posts. Jongeren zonder digitaal netwerk of met beperkte taalvaardigheid missen zo onbedoeld de kans om zich in te schrijven. Dit kan een uitsluitingseffect hebben dat discrimineert op grond van sociale positie of migratieachtergrond.
Jeugdwerking en toegankelijkheid
Een jeugdwerking organiseert een meerdaags kamp waar deelname kostengeld vereist is. Kinderen uit gezinnen met lagere inkomens-mogelijkheden voelen zich uitgesloten omdat deelname moeilijk financierbaar is. Zonder financiële tegemoetkomingen werkt dit discriminatie in de hand.
Publieke ruimten en jongeren
Skateplekken of openbare recreatieruimtes worden soms gesloten of beperkt omdat buurtbewoners overlast ervaren. Jongeren hebben dan minder vrije ruimte om samen te komen, wat hun recht op vrije tijd en vereniging belemmert.
Tips voor vrijetijdsactoren en jeugdwerkactoren: non-discriminatie concreet waarborgen
1) Analyseer je aanbod en drempels
Analyseer je aanbod en drempels: • Ga na welke groepen kinderen minder makkelijk kunnen deelnemen: • Zijn er financiële barrières? • Is informatie begrijpelijk voor iedereen (meertalig waar nodig)? • Zijn fysieke locaties toegankelijk voor kinderen en jongeren met een beperking? Identificeer expliciete én impliciete drempels en werk er actief aan. Dit kan gaan van verplaatsbare activiteitstijden tot een stappenplan voor vervoer, materiaal of toelichting in eenvoudige taal.
2) Werk met redelijke aanpassingen
Voor kinderen met specifieke zorgnoden of beperkingen hoort aangepast materiaal of steun standaard bij je werking te horen — net zoals redelijke aanpassingen in onderwijs wettelijk verplicht zijn. Bijvoorbeeld: • extra begeleiding bij sportactiviteiten, • alternatieve rollen voor deelnemers bij fysieke activiteiten, • hulpmiddelen voor communicatie en participatie. Redelijke aanpassingen zijn geen gunst, maar onderdeel van non-discriminatie in de praktijk.
3) Zorg dat financiële toegankelijkheid gegarandeerd is
Maak deelname aan activiteiten betaalbaar of voorzien middelen om kinderen uit kansarme gezinnen te ondersteunen: • kortingstarieven, • subsidies of solidariteitsfondsen, • materialen die gedeeld kunnen worden in plaats van afzonderlijke aankopen. Een divers financieringsbeleid draagt bij aan het realiseren van gelijke kansen.
4) Vorm je team in inclusieve praktijken
Investeer in opleiding rond diversiteit, intersectionaliteit en kinderrechten. Bekendheid met discriminatiegronden en met hoe kinderen meervoudige uitsluiting kunnen ervaren, helpt begeleiders om signalen te herkennen en inclusiever te handelen.
5) Betrek kinderen en jongeren zelf
Laat kinderen en jongeren mee nadenken over drempels en oplossingen: • organiseer focusgroepen, • vraag feedback na activiteiten, • creëer een vertrouwenscultuur waarin zij hun ervaringen kunnen delen. Deze participatie versterkt zowel de realisatie van kinderrechten als de kwaliteit van je aanbod.
6) Rapporteer en reageer op discriminatie
Maak duidelijk wat de stappen zijn als iemand zich onrechtvaardig behandeld voelt. Dit kan via een vertrouwenspersoon, een meldpunt binnen de organisatie of door doorverwijzing naar externe instanties zoals Unia als het nodig is. keki.be
Non-discriminatie is meer dan een abstract principe!
Non-discriminatie is niet alleen een abstract principe uit het Kinderrechtenverdrag — het gaat over gelijke toegang tot kansen, veilige omgevingen en een vrijetijdsaanbod waarin alle kinderen en jongeren zich welkom en gezien voelen. Door structureel te werken aan inclusie, toegankelijkheid en deelname, en door te luisteren naar ervaringen van jongeren zelf, bouw je aan een vrijetijdspraktijk die het kinderrecht op vrije tijd écht waarmaakt.