Home

Van hangplek tot speelplein: publieke ruimte die ook werkt voor meisjes

Van hangplek tot speelplein: publieke ruimte die ook werkt voor meisjes

Gender - Inclusie

Van hangplek tot speelplein: publieke ruimte die ook werkt voor meisjes

Een pleintje, park of sportveldje lijkt op het eerste gezicht neutraal. Maar wie goed kijkt, ziet iets anders: sommige jongeren voelen zich er meteen thuis, anderen blijven weg. Vooral meisjes en jonge vrouwen haken opvallend vaak af. Ze voelen zich bekeken, niet aangesproken of simpelweg niet welkom.

Het G.I.R.L.-project (Gender Inclusieve Ruimte Leeft!) van Vital Cities vertrekt vanuit die vaststelling en zoekt antwoorden op één centrale vraag: hoe maken we publieke ruimte inclusiever voor meisjes en vrouwen – en dus beter voor iedereen?

Voor jeugdwerkers en vrijetijdsactoren is die vraag bijzonder relevant. Publieke ruimte is vaak dé plek waar jongeren elkaar ontmoeten, experimenteren, spelen, bewegen en zichzelf kunnen zijn. Maar dan moet die ruimte dat ook toelaten.


Zes bouwstenen voor inclusieve publieke ruimte 

Het G.I.R.L.-project bundelt inzichten uit onderzoek en praktijk in zes bouwstenen: veiligheid, omgeving, bereikbaarheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid, en betrokkenheid. Ze helpen om met een andere blik naar pleinen, parken en ontmoetingsplekken te kijken.


1) Veiligheid: je goed voelen is even belangrijk als veilig zijn

Veel meisjes voelen zich onveilig in de publieke ruimte, ook als er objectief weinig problemen zijn. Dat gevoel heeft alles te maken met bekeken worden, intimidatie of het idee dat “die plek niet voor hen is”.

Wat betekent dat voor jeugd- en vrijetijdswerk?

  • Activiteiten organiseren op plekken die goed verlicht en verzorgd zijn.
  • Letten op zichtlijnen: geen verborgen hoekjes of donkere doorgangen.
  • Werken aan aanwezigheid en levendigheid: een plek die door verschillende mensen gebruikt wordt, voelt veiliger.
  • Sport- en speelplekken niet te open en zichtbaar maken: meisjes bewegen liever op plekken waar ze niet constant bekeken worden.

Vraag die Voor vrijetijds- en jeugdwerkactoren kunnen stellen: Zouden meisjes hier ook alleen of met twee durven afspreken?


2) Omgeving: kan je de plek “lezen”?

Een ruimte waar je niet meteen snapt waar je bent of hoe je weg geraakt, schrikt af. Zeker voor jongeren die de buurt minder goed kennen.

Hoe kan het anders?

  • Duidelijke paden, open ingangen en herkenbare oriëntatiepunten.
  • Activiteit op straatniveau: ramen, deuren, passage.
  • Vermijd lange, lege of doodlopende stukken in de buurt van ontmoetingsplekken.

Voor vrijetijds- en jeugdwerkactoren kan dit betekenen: bewust kiezen waar je aanwezig bent en hoe zichtbaar en toegankelijk je werking is in de buurt.


3) Bereikbaarheid: geraak je er wel (en veilig)?

Meisjes maken vaker gebruik van zachte mobiliteit of openbaar vervoer. Als een plek moeilijk bereikbaar is, haken zij sneller af.

Aandachtspunten voor de praktijk:

  • Ligt de plek dicht bij school, jeugdwerking of woonwijk?
  • Is de route ernaartoe verkeersveilig?
  • Moeten jongeren drukke wegen oversteken?
  • Is er openbaar vervoer in de buurt?

Voor vrijetijds- en jeugdwerkingen in de publieke ruimte: Een plek die “maar vijf minuten verder” ligt, kan voor meisjes al een te grote drempel zijn.


4) Toegankelijkheid: niet alleen binnen kunnen, maar ook mogen zijn

Toegankelijkheid is meer dan rolstoeltoegankelijkheid (al blijft dat essentieel). Het gaat ook over sociale toegankelijkheid: voel je je welkom?

Hoe kan het anders?

  • Werk fysieke drempels weg: trappen, smalle doorgangen, ontoegankelijke ondergronden.
  • Voorzie basiscomfort: zitplekken, sanitair, drinkwater.
  • Vermijd dat één activiteit (vaak voetbal of basket) het centrum van de ruimte claimt.
  • Denk na over symboliek: wie wordt hier zichtbaar gemaakt, en wie niet?

Voor vrijetijds- en jeugdwerkactoren is dit herkenbaar: wie neemt spontaan plaats, en wie blijft aan de rand staan?


5) Aantrekkelijkheid: een plek waar je wil blijven hangen

Veel meisjes geven aan dat publieke ruimte “niets voor hen” te bieden heeft. Dat is geen gebrek aan interesse, maar aan aanbod.

Wat maakt een plek aantrekkelijk?

  • Meerdere functies naast elkaar: bewegen, praten, rusten, spelen.
  • Informele, niet-competitieve activiteiten.
  • Comfort en sfeer: groen, kleur, beschutting tegen regen of zon.
  • Ruimte om samen te zijn, ook zonder iets “te moeten doen”.

Voor vrijetijds- en jeugdwerkactoren ligt hier een grote kans: tijdelijk aanbod of activiteiten kunnen plekken opnieuw activeren, zeker als ze vertrekken vanuit de leefwereld van meisjes.


6) Betrokkenheid: samen maken = samen gebruiken

Er bestaat geen ideale plek die overal werkt. Wat wel werkt, is jongeren betrekken bij het ontwerp en gebruik van ruimte.

Hoe kan het anders?

  • Ga in gesprek met meisjes en jongeren vóór er plannen vastliggen.
  • Gebruik creatieve methodes: maquettes, foto-opdrachten, wandelgesprekken.
  • Neem hun ideeën serieus en toon wat ermee gebeurt.
  • Werk samen met scholen, jeugdwerkingen en lokale verenigingen.

Participatie zorgt niet alleen voor betere plekken, maar ook voor eigenaarschap, zelfvertrouwen en engagement.


Publieke ruimte als vrijetijdslab

Het G.I.R.L.-project maakt duidelijk dat publieke ruimte een cruciale rol speelt in het vrije tijdsleven van jongeren. Zeker voor meisjes in kwetsbare situaties is het vaak de enige plek waar ze laagdrempelig kunnen ontspannen, bewegen en elkaar ontmoeten. Voor jeugd- en vrijetijdswerk ligt hier een belangrijke opdracht én kans: mee waken over wie er wél en wie er niet meedoet. Misschien begint inclusieve publieke ruimte wel met een simpele vraag op het terrein: “Voor wie werkt deze plek vandaag – en wie zien we hier nooit?”


Meer informatie

Alle informatie over het G.I.R.L.-project vind je hier: G.I.R.L. - Vital Cities.