Leerlessen van de vormingsdag van Krunsj en Kamp Inc: een kamp op maat van kinderen met een ondersteuningsnood
Leerlessen van de vormingsdag van Krunsj en Kamp Inc: een kamp op maat van kinderen met een ondersteuningsnood
Handicap | Beperking - Inclusie
Leerlessen van de vormingsdag van Krunsj en Kamp Inc (i.s.m. Oranje): een kamp op maat van kinderen en jongeren met een ondersteuningsnood
Op kamp gaan als recht: hoe maken we ruimte voor kinderen en jongeren met een ondersteuningsnood?
Vrije tijd is een essentieel deel van opgroeien. Op kamp gaan, spelen, nieuwe vrienden maken, grenzen verleggen. Voor veel kinderen en jongeren met een ondersteuningsnood is dat echter geen evidentie. Niet omdat ze niet willen, maar omdat drempels – groot en klein – hen onderweg tegenhouden.
Tijdens een gezamenlijke vormingsdag van Krunsj, Kamp.inc en Oranje vzw deelden vrijetijds- en jeugdwerkactoren hun ervaringen. De boodschap was helder: inclusie is geen eindpunt, maar een voortdurende beweging. Het vraagt bewustzijn, engagement en vooral: concrete keuzes in de praktijk.
Van ‘zorgnood’ naar ‘ondersteuningsnood’
Een belangrijk inzicht uit de gesprekken is het gebruik van de term ondersteuningsnood. Die verschuift de focus van het kind naar de context. De vraag wordt niet: wat is er mis met dit kind? maar: wat heeft dit kind nodig om te kunnen deelnemen? Dat kan gaan over:
• nood aan structuur of voorspelbaarheid
• nabijheid van een vertrouwde begeleider
• duidelijke afspraken of visuele ondersteuning
• rustmomenten, keuzevrijheid of aangepaste activiteiten
Die noden verschillen per kind én per situatie. En net daarom is maatwerk zo belangrijk.
Inclusie begint lang vóór het kamp
1. Dromen mogelijk maken
Voor veel kinderen met een ondersteuningsnood begint inclusie bij durven dromen.
Wat helpt:
• Filmpjes en foto’s van de werking en de locatie
• Zichtbaarheid van animatoren: wie zijn ze, wat doen ze?
• Heldere info over hoe een dag of kamp verloopt
Zo verlaag je onzekerheid en vergroot je het gevoel van veiligheid – bij kinderen én ouders.
2. Inschrijven = in gesprek gaan
Een inschrijvingsformulier is vaak het eerste echte contactmoment.
Het verslag toont hoe cruciaal dit is:
• Voorzie een duidelijk, positief geformuleerd veld rond ondersteuningsnood, met ruimte voor nuance.
• Combineer digitale inschrijving met persoonlijk contact (telefoon of gesprek).
• Durf ouders zelf te bellen bij onduidelijke of ontbrekende info, met een open houding.
• Leg altijd uit waarom je informatie vraagt: niet om te labelen, maar om een goed kamp te kunnen organiseren.
Praktijktip: Werk met kleurcodes (bv. groen–oranje–rood) om intern snel te zien welke inschrijvingen extra afstemming vragen.
Voorbereiding: klein investeren, groot verschil
3. Werk met kindfiches (niet alleen medische)
Veel organisaties benadrukten het belang van ruimere kindfiches:
• Wat vindt dit kind leuk?
• Wat helpt bij stress of spanning?
• Zijn er angsten, gevoeligheden of voorkeuren?
• Wat werkte vorige keer goed (of net niet)?
Deze info is goud waard voor vrijwilligers. Update de fiche na elk kamp en – waar mogelijk – deel ze ook met ouders als startpunt voor de volgende deelname.
4. Betrek vrijwilligers vroeg
Vrijwilligers voelen zich sterker wanneer ze goed voorbereid zijn:
• Laat hen meelezen met de kindfiche.
• Voorzie tijd om vragen te stellen vóór het kamp.
• Organiseer, indien haalbaar, een kennismakingsmoment (telefoon, huisbezoek, korte ontmoeting).
Belangrijk inzicht uit het verslag: inclusie werkt beter wanneer vrijwilligers niet pas “tijdens het kamp” ontdekken wat een kind nodig heeft.
Tijdens het kamp: ondersteunen zonder te overnemen
5. Creëer een veilige leercultuur
Vrijwilligers gaven aan dat inclusie soms spannend is.
Wat helpt:
• Zet expliciet in op de ‘ja-bril’: zoeken naar wat wél kan.
• Normaliseer dat niet alles meteen lukt.
• Voorzie coaching op maat: vooraf, tijdens én na het kamp.
• Gebruik hulpmiddelen zoals pictogrammen, ondersteuningsboxen of snoezelmateriaal.
Een sterk inzicht: “Niet elk kind heeft meer begeleiding nodig, maar elk kind heeft nood aan liefde, structuur en humor.”
6. Check ook de draagkracht
Inclusie vraagt balans. Tijdens het kamp is het belangrijk om te kijken naar:
• de draagkracht van de vrijwilliger
• de groep kinderen • de kampverantwoordelijke
• de organisatie als geheel
Bij moeilijke situaties: laat eerst de emotie zakken, overleg, stel bij. Niet te snel beslissen dat iets ‘niet lukt’, maar ook durven grenzen stellen als het nodig is.
Nazorg: waar leren pas echt begint
Nazorg kwam opvallend vaak terug in het verslag als cruciale stap:
• Bel ouders na afloop en luister naar hun ervaring.
• Ga ook in gesprek met het kind zelf.
• Evalueer met vrijwilligers: wat liep goed, wat nemen we mee?
• Gebruik die inzichten in vormingen, beleid en toekomstig aanbod.
Veel organisaties benadrukten hoe waardevol het is om een kamp positief af te sluiten, zelfs als het moeilijk was.
En als het (even) niet lukt?
Inclusie betekent niet dat alles altijd moet slagen.
• Stel jezelf als organisatie eerst de vraag: wat hadden wij anders kunnen doen?
• Ga in gesprek met het kind en de ouders.
• Zoek alternatieven: dagwerking, kortere activiteiten, andere organisaties.
• Zie een stopzetting niet automatisch als falen, maar als onderdeel van een leerproces.
Groeien, doorstromen en verrassen
Een van de mooiste inzichten uit de praktijkverhalen: kinderen en jongeren met een ondersteuningsnood blijven niet altijd deelnemer. Sommigen groeien door tot co-animator of vrijwilliger, mits aangepaste trajecten en ondersteuning. Dat vraagt flexibiliteit, maar levert enorme trots en empowerment op – voor de jongere én de organisatie.
Tot slot: begin, probeer, leer
Inclusie hoeft niet perfect te zijn. Het hoeft zelfs niet groots te starten. Wat telt, is dat je blijft proberen, blijft bijsturen en blijft kijken met een open blik. Met een extra telefoontje, een aangepaste fiche, een ondersteunde vrijwilliger of een warme afsluiter maak je vrije tijd toegankelijker. En zorg je ervoor dat het recht op vrije tijd ook écht een recht wordt – voor elk kind en elke jongere.