Home

Informatie over de vrije tijd van kinderen en jongeren in armoede

Informatie over de vrije tijd van kinderen en jongeren in armoede

Armoede - Inclusie - Brochures, fiches en onderzoek

Wil je er mee voor zorgen dat kinderen en jongeren in armoede kunnen deelnemen aan vrije tijd en jeugdwerk? Sta je ervoor open om na te denken hoe jouw werking deze groep kan bereiken en behouden? Of wil je meer weten over hoe je met andere werkingen interessante ontmoetingen en samenwerking kan organiseren? Misschien ben je wel op zoek naar wat de eerste stap daarbij is? Via dit artikel krijg je een overzicht van enkele inspirerende bronnen uit onderzoek en de praktijk! (1)

Vind je in dit overzichtsartikel toch niet helemaal waar je naar op zoek bent? Of zijn er zaken die we kunnen toevoegen aan dit overzicht? Neem contact met ons op!


Informatie over de vrije tijd van kinderen en jongeren in armoede 

  • In dit artikel lees je dat armoede meer is dan een gebrek aan inkomen of geld. Het verwijst naar vier strategieën die zogenaamde lokale ‘bruggenbouwers’ kunnen aanwenden om de kloof tussen je vrijetijdsaanbod en mensen in armoede te overbruggen: outreachend en bottom-up werken, individuele toeleiding, verenigingsondersteuning en samenwerking en netwerkvorming. Vervolgens gaat het kennisartikel in op negen ‘B’s van toegankelijkheid’ met telkens enkele concrete voorbeelden. Het artikel is sterk gebaseerd op de volgende bronnen: 

  • Uit De Marge ontwikkelde de speelpleinmap ‘Wij spelen mee!’. Deze educatieve map legt uit hoe we hen, net als alle andere kinderen, toch een leuke tijd kunnen bezorgen op het speelplein (m.n. een vertrouwensrelatie, een leuk spelaanbod, een speelplein met een plan, het belang van een goed netwerk) . Je kan de speelpleinmap digitaal downloaden. 
  • Inge van de Walle en Astrid de Bruycker (ex-Demos) wijzen op het belang van lokale netwerken indien je wil inzetten op de vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede. Op basis van een onderzoek van OaSeS – nu CRESC - van de Universiteit Antwerpen. Wie zit er in die lokale netwerken? Hoe verloopt de samenwerking? Ze gaan ook in op de uitdagingen voor kleine gemeenten én de draagkracht van armoedeverenigingen. 
  • Grasduin op komaf.be gerust ook eens in de andere artikels over armoede.


Voetnoot

(1) We hebben ervoor gekozen om de inspiratiebronnen op te delen per ‘doelgroep’. Toch is het belangrijk om je ervan bewust te zijn dat elke doelgroep een verzameling is van diverse kinderen en jongeren met elk hun eigen identiteit, voorkeuren, gewoontes en noden. Concreet betekent dit dat iemand steeds deel uitmaakt van meerdere groepen gebaseerd op verschillende kenmerken van iemands identiteit (bv. geslacht, klasse, etniciteit, handicapsituatie, hulpbehoevendheid, seksuele identiteit, enzovoort). Niemand behoort dus tot slechts één groep. Iedereen heeft een gelaagde identiteit. Bijvoorbeeld, iemand is niet enkel ‘een meisje’ maar kan ook deel zijn van een gezin dat soms financieel moelijker rondkomt, AD(H)D hebben, het Nederlands als nieuwkomer nog niet zo goed onder de knie heeft en zich soms (erg) veel zorgen maakt over de toekomst van hun gezin. Je dient als werking dus niet enkel rekening te houden met wat ze graag doet, maar ook op vlak van de financiële situatie van het gezin, eventuele noden op vlak van haar AD(H)D, haar beheersing van het Nederlands en waar ze soms van wakker ligt. Rekening houden met dit inzicht, betekent dat je vertrekt van een reflectieve en intersectionele houding. Hierbij probeer je veralgemeningen, stereotypen en vooroordelen over kinderen en jongeren te vermijden. Want dat kan tot discriminatie en uitsluiting leiden. Ga daarom steeds het gesprek aan met de kinderen en jongeren die je wil bereiken (en hun ouders of andere opvoedingsverantwoordelijken) om een vertrouwensrelatie op te bouwen en te vragen wat ze leuk en belangrijk vinden. Zo vergroot je de kans dat jouw werking meer op maat is van alle kinderen en jongeren!